Beeldend kunstenaar José Graña Moreira geboren op 24 februari 1946 in Marin behorende tot de provincie Galicie in Spanje.

In het havenstadje Marin werkte zijn grootvader. Deze ontwierp en bouwde schepen. Vanaf zijn vijfde jaar bezocht José regelmatig de werkplaats van zijn grootvader, waar hij werd aangetrokken tot de kunstzinnige wijze van houtbewerken.

De kleine José nam stiekem een mes uit de keuken en begon zelf, op een stil plekje, pistooltjes en ander speelgoed uit hout te maken. Zijn ouders ontdekten echter al vrij snel zijn passie voor het houtbewerken. Vader Moreira, zelf een enthousiast houtsnijder, stimuleerde hem om verder te gaan in de houtsnijkunst.

Door zijn studie aan de Middelbare Technische School kreeg hij een goed inzicht in het vervaardigen van gereedschappen en het bewerken van de verschillende materialen zoals hout en staal. Na het voltooien van zijn opleiding vertrok bij op negentienjarige leeftijd naar Nederland om zijn houtsnijkunst te verbeteren.

Maar het liep anders. Moreira kreeg problemen met zijn gezichtsvermogen. Hierdoor werd hij genoodzaakt gedurende de eerste jaren van zijn verblijf in Nederland zijn creatieve bezigheden met hout te staken. Na enige jaren bij een bakker als reparateur te hebben gewerkt, kwam hij in dienst bij Het Loo Erf te Apeldoorn. Een centrum voor zorg en dienstverlening aan mensen met een visuele handicap in Nederland. Op Het Loo Erf hield José Graña Moreira zich bezig met creatieve educatieve therapie voor volwassenen met een visuele handicap.

"Met de handen kan iemand zijn creatief talent op materiaal, zoals hout, loslaten om zo te komen tot de vervaardiging van een kunstwerk".




José Graña Moreira maakt houtsnijwerken voor tentoonstellingen en galerieën. De aanzet tot de vervaardiging van een kunstwerk is bij José altijd verschillend. Ontwerpen maakt hij door middel van schetsen of met behulp van klei. Ook neemt José wel eens een blok hout in zijn handen, dat hij dan alsmaar blijft draaien en voelen aan het materiaal om zo tot een idee te komen van wat hij gaat maken.

Om de verhoudingen te laten kloppen gaat hij systematisch en heel geleidelijk te werk. Hij begint met de contouren, eerst rechts dan links, langzaam naar onder werkend. Die contouren zijn als het ware gidslijnen. Zo is hij in staat een beeld verder uit te werken.

José Graña Moreira werkt voor het merendeel met tropisch hardhout. Dit materiaal is veel harder dan naaldhout. De compactheid zorgt ervoor dat het oppervlak gladder wordt als je het schuurt. De diverse kleuren van tropisch hardhout fascineren hem. De houtsoort Maranti bijvoorbeeld heeft wel twintig tot dertig kleurvariaties.

Moreira plaatst zijn beelden op sokkels op reikhoogte, zodat ze als het ware uitnodigen tot voelen. Zo wil hij de mensen in de gelegenheid stellen om zich een voorstelling te maken van wat het betekent om als visueel gehandicapte beelden te "bekijken". Het draaien en voelen van de kunstwerken raadt hij bezoekers van zijn tentoonstellingen dan ook aan. Zij kunnen zich hierdoor een beeld vormen van het materiaal, de vormgeving en het gewicht. Hout voelt bijvoorbeeld warmer aan dan steen en metaal, door de eigenschap dat het de lichaamstemperatuur aanneemt.